In de Zienswijze Dierwaardige veehouderij noemt de Raad voor Dierenaangelegenheden de volgende natuurlijke gedragsbehoeften van alle diersoorten:
- Beweging
- Eten en drinken
- Exploratie
- Gezondheid
- Maternaal gedrag
- Mesten en
urineren - Nestbouw
- Reproductie
- Rusten
- Seksueel gedrag
- Sociaal gedrag
- Thermoregulatie
- Veiligheid
- Zelfverzorging
Een ‘quickscan informatieset‘ ten behoeve van het Convenant Stappen naar een dierwaardige veehouderij door wetenschappers van de Universiteit Utrecht en drie uitvoerige adviezen van het panel voor diergezondheid en dierenwelzijn van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) aan de Europese Commissie en 27 lidstaten — over kalveren, melkvee en vleesvee — noemen in het bijzonder de volgende soorteigen gedragsbehoeften waarin een dierwaardige rundveehouderij moet voorzien:
- Comfortgedrag
- Exploratiegedrag,
foerageren - Maternaal gedrag
- Zooggedrag
- Rusten
- (Vertonen en vermijden van) seksueel gedrag
- Onderhouden van sociale banden
- Spelgedrag
- Thermoregulatie
- Voer- en wateropname



Comfortgedrag
Comfortgedrag van koeien omvat zelfverzorging met behulp van de hoeven, hoorns, staart of tong, of met voorwerpen zoals een koeborstel.
De functie van zelfverzorging is het onderhouden van de huid, maar … bijvoorbeeld het likken van een soortgenoot heeft ook functies die verband houden met sociaal gedrag.
EFSA-panel voor diergezondheid en dierenwelzijn (2023)
In een stal mag de vloer volgens de EFSA-deskundigen niet glad zijn, zodat de koe de houdingen kan aannemen die nodig zijn voor zelfverzorging. Ook moeten er in de stal borstels beschikbaar zijn.
Wanneer betonnen roostervloeren met rubber worden bedekt, vertonen stieren meer sociaal gedrag en minder ligonderbrekingen. Maar wanneer stieren de keuze krijgen tussen rubber en stro, kiezen ze voor dat laatste.
Exploratiegedrag, foerageren
Runderen zijn zeer gemotiveerd voor toegang tot buitenuitloop. Ze besteden volgens de wetenschappers van de Universiteit Utrecht een groot deel van hun tijd aan foerageren, zoeken, manipuleren en eten van voedsel. Runderen zijn voornamelijk grazers, maar eten ook van bomen en struiken.
Als melkkoeien zelf de keus hebben, hebben ze een voorkeur om een groot deel van hun tijd buiten door te brengen, zeker ’s nachts. Ook zijn er aanwijzingen dat koeien met weidegang zich mogelijk prettiger voelen dan koeien die altijd binnen moeten blijven.
Raad voor Dierenaangelegenheden (2021)
Geen of beperkte buitenuitloop of weidegang, en een kale omgeving met slechts stro als verrijking, biedt onvoldoende mogelijkheid om dit exploratie- en foerageergedrag te vertonen. De deskundigen van de EFSA menen dan ook dat runderen altijd toegang moeten hebben tot een weiland dat tevens voldoende schaduw biedt op hete dagen. De wetenschappers van de Universiteit Utrecht benadrukken daarnaast het belang van een gevarieerde inrichting ín de stal en keuzevrijheid voor het dier.
Maternaal gedrag
Koeien zonderen zich af van de kudde voorafgaand aan hun bevalling.
De moeder en kalf bouwen in de eerste uren een hechting op, gefaciliteerd door hormonale veranderingen. Beide herkennen elkaar aan geluid en geur. Deze band blijft jaren bestaan.
Prof. Bas Rodenburg, dr. Mona Giersberg en dr. Vivian Goerlich (2022)
Stallen en buitenuitloop moeten voldoende ruimte en rust bieden voor maternaal gedrag, en keuzevrijheid voor de koe om zich af te scheiden.

Zooggedrag
Kalveren zijn hoog gemotiveerd om zooggedrag te vertonen. In de natuur brengt een pasgeboren kalf de eerste levensdagen door onder struiken of hoog gras terwijl de moeder in de buurt graast en regelmatig terugkeert om het kalf te laten zogen.
Na een aantal dagen voegen het moederdier en het kalf zich weer bij de kudde en gaat het kalf interactie aan met andere kalveren in de groep en onderneemt het activiteiten zoals het verkennen van de omgeving en spelen terwijl de koe graast.
EFSA-panel voor diergezondheid en dierenwelzijn (2023)
In de gangbare rundveehouderij wordt dit gedrag, en de hechting van moeder en jong, onmogelijk gemaakt doordat het kalf snel na de geboorte van de koe wordt gescheiden. Kalveren worden vervolgens vaak in eenlingboxen gehouden. Dit leidt tot angst, stress en afwijkend gedrag bij beiden, en bij het kalf ook tot verminderd leervermogen.
Kalveren zouden volgens de wetenschappers van de Universiteit Utrecht bij de moeder moeten opgroeien in een kudde die varieert in leeftijd. De EFSA-deskundigen vinden ook dat langdurig contact tussen koe en kalf steeds vaker zou moeten worden toegepast: ‘In de toekomst zouden kalveren gedurende de hele periode vóór het spenen contact met de moeder moeten hebben.’
Rusten
Runderen laten volgens de wetenschappers van de Universiteit Utrecht een voorkeur zien voor een droge en zachte ondergrond om te rusten. Koeien hebben volgens de deskundigen van de EFSA voldoende ruimte nodig om comfortabel te kunnen liggen en rusten, en ze moeten kunnen opstaan en gaan liggen zonder in aanraking te komen met scheidingswanden of andere stalelementen.
Gangbare ligboxen zijn daar meestal te klein voor. Hoge kanten hinderen het dier tevens om comfortabel te gaan liggen en op te staan. Een harde bodembedekking, betonnen vloeren en roostervloeren verminderen de tijd dat koeien liggen. Dit leidt tot stress en vermoeidheid, maar ook verwondingen.
Houderijsystemen moeten volgens de wetenschappers mogelijkheden bieden om comfortabel te kunnen rusten en liggen met geschikt beddingmateriaal en/of vloerbedekking. Dieren moeten vrije keuze hebben om zich te verplaatsen en een comfortzone op te zoeken.

(Vertonen en vermijden van) seksueel gedrag
Koeien paren alleen tijdens de oestrus met stieren. Meestal wordt echter kunstmatige inseminatie toegepast. De welzijnseffecten van het onthouden van de mogelijkheid tot natuurlijk seksueel gedrag zijn nog maar beperkt onderzocht.
Wel is bekend dat beperkte of geen buitenloop en weidegang bijdraagt aan ongewenst seksueel gedrag door stieren.
Zowel koeien als stieren vertonen homoseksueel gedrag door soortgenoten te bestijgen. De huisvesting zou volgens de wetenschappers van de Universiteit Utrecht onderdanige dieren de mogelijkheid moeten bieden om ongewenst seksueel gedrag te vermijden. Volgens de EFSA-deskundigen helpt dit ook om groepsstress te voorkomen.
Onderhouden van sociale banden
Runderen zijn sociale dieren, onderhouden sociale banden en vertonen sociale voorkeuren. Kalveren ontwikkelen volgens de deskundigen van de EFSA al in de eerste weken van hun leven sociale, preferentiële relaties. Familiebanden blijven volgens de wetenschappers van de Universiteit Utrecht jarenlang bestaan.
In de natuur komen runderen in groepen van circa 50 dieren voor. In de gangbare rundveehouderij worden groepen samengesteld met jonge dieren afkomstig van verschillende bedrijven en in grote groepen gehouden, zonder de mogelijkheid om zelf van groep te wisselen.
Idealiter worden volgens de wetenschappers alle runderen gehouden in groepen die variëren in leeftijd en sekse. Daar is huisvesting voor nodig die voldoende ruimte biedt voor zo’n groepsgrootte, en tevens dieren de kans en keuze biedt om andere dieren te vermijden.
De EFSA-deskundigen raden aan om kalveren in de eerste levensweek in paren of kleine groepen van maximaal zeven dieren te houden, en daarna in stabiele groepen op te laten groeien. Positieve effecten van vroege groepshuisvesting zijn: betere ontwikkeling van sociaal gedrag, hoger leervermogen, sociale buffering (minder heftige reacties op stressvolle gebeurtenissen) en een grotere inname van vast voer.
Spelgedrag
Runderen vertonen spelgedrag. Volgens de wetenschappers van de Universiteit Utrecht heeft spel een positief effect op de emotionele en fysieke gezondheid van runderen.
Wanneer kalveren individueel worden gehuisvest, kunnen zij geen spelgedrag vertonen. Bovendien belemmeren de vloer en beperkte ruimte hun bewegingen in het algemeen, wat volgens de EFSA-deskundigen leidt tot verminderde bewegingsactiviteit, uitglijden en vallen, wat weer leidt tot letsel en pijn. Dat geldt ook voor volwassen runderen die leven op een kale (rooster)vloer.
Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de effecten van omgevingsverrijking op spelgedrag, maar het aanbieden van nieuwe objecten stimuleert spel. De wetenschappers van de Universiteit Utrecht menen dan ook dat stallen en buitenuitloop voldoende ruimte, structuur en verrijkingsmateriaal moeten bieden om spel te bevorderen. Een geschikte sociale groepsstructuur is hierbij ook van belang.
Thermoregulatie
Runderen zijn zeer gevoelig voor hittestress en laten bij warme omgevingstemperaturen een voorkeur voor schaduwplekken en afkoeling met water zien. Bij koude omgevingstemperaturen vertonen runderen een voorkeur voor warme en droge rustplekken.
Bij gebrek aan schaduw en thermozones kunnen runderen niet door veranderingen in gedrag thermaal comfort bereiken. Stallen en buitenuitloop moeten daarom beschutting bieden en keuzevrijheid voor het dier om zich te verplaatsen en een gewenste comfortzone op te zoeken.
Hoorns helpen runderen om af te koelen. In een dierwaardige veehouderij worden runderen niet onthoornd, ook niet door selectief te fokken op hoornloosheid.
Kalveren lopen in het bijzonder risico op koudestress wanneer zij op kale vloeren worden gehouden. Wanneer kalveren de keuze krijgen om te liggen op droge houtsnippers of kaal beton, kiezen ze volgens de deskundigen van de EFSA nooit voor dat laatste. Groepshuisvesting helpt kalveren om elkaar warm te houden.

Voer- en wateropname
Runderen hebben een sterke motivatie om te kauwen en te herkauwen. Kalveren in de wei laten van jongs af aan een motivatie zien om gras te verkennen en te verteren.
Dit blijkt uit de inspanning die zij bereid zijn om te leveren om te kunnen kauwen en herkauwen, en uit het optreden van abnormaal mondgedrag wanneer de mogelijkheid om te kauwen en te herkauwen te beperkt is.
EFSA-panel voor diergezondheid en dierenwelzijn (2023)
Runderen besteden een groot deel van hun tijd aan voeropname en herkauwen. Hun dieet bestaat voornamelijk uit plantenbladeren en -stengels die veel vezels bevatten.
Onbeperkte beschikbaarheid en gemakkelijke toegang tot geschikt voer is volgens de wetenschappers van de Universiteit Utrecht van essentieel belang. Omdat er een nauw verband bestaat tussen verrijking van de omgeving en voeropname, kan het ontbreken van eetbare verrijking volgens de EFSA-deskundigen ook verband houden met stofwisselingsstoornissen.
De motivatie van runderen om te drinken is zeer hoog. Ze drinken grote hoeveelheden water en hebben een voorkeur voor schoon water. Het ontwerp en de hoogte van de waterbak heeft volgens de wetenschappers van de Universiteit Utrecht invloed op het drinkgedrag: de toegang tot water kan gedomineerd worden door enkele dieren. Het is daarom van belang dat er altijd voldoende voer- en waterbakken in de stal en buiten worden aangeboden.
















