Wet dieren

De Nederlandse Wet dieren erkent dieren als wezens met eigen waarde en gevoel. Bij het stellen van regels, en het nemen van besluiten, schrijft de wet voor dat ’ten volle’ rekening moet worden gehouden met de intrinsieke waarde van dieren, ‘onverminderd andere gerechtvaardigde belangen.’

Dieren hebben volgens de wet recht op:

  • Voldoende voeding van een goede kwaliteit.
  • Een comfortabele en veilige omgeving met een goed klimaat.
  • Waarborgen voor een goede gezondheid en het voorkomen van pijn.
  • Voldoende mogelijkheden om te voorzien in hun gedragsbehoeften.
  • Een positieve emotionele toestand.

Deze vijf positieve rechten vervingen in 2024 vijf negatieve vrijheden voor dieren.

In 1965 benoemt de Britse regering een commissie onder leiding van zoöloog professor Francis Brambell om het dierenwelzijn in de veehouderij te onderzoeken. Hij formuleert voor het eerst ‘vijf vrijheden’ waar houderijsystemen in zouden moeten voorzien. Die ontwikkelen in de loop der jaren tot vrijheid van:

  1. Dorst, honger en onjuiste voeding.
  2. Fysiek en fysiologisch ongerief.
  3. Pijn, verwonding en ziektes.
  4. Angst en chronische stress.
  5. Beperking van natuurlijk gedrag.

Veel landen, en ook de Europese Unie, nemen deze vijf vrijheden op in hun wetgeving. Nederland met de toevoeging:

Het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.

Wat een ‘redelijk’ doel is — of hoe rechters en toezichthouders dat zouden moeten toetsen — laat de wetgever in het midden.

In 2020 evalueert Adviesbureau Berenschot de Wet dieren in opdracht van het ministerie van Landbouw. Zij analyseren de stand der wetenschap en spreken met dierenartsen, dierenbeschermers, houders van dieren, toezichthouders en wetenschappers.

Berenschot komt tot de conclusie dat de erkenning van de intrinsieke waarde van het dier ‘onvoldoende handvatten voor de praktijk biedt.’ De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) kan niet handhaven op ‘open normen’ in wet- en regelgeving, waardoor de ‘vijf vrijheden’ voor vele dieren een wassen neus zijn.

Berenschot Evaluatie van de Wet dieren
Lees de evaluatie van Berenschot
BuRO Advies over Evaluatie Wet dieren
Lees het advies van BuRO

Het Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) van de NVWA trekt datzelfde jaar dezelfde conclusie:

Het ontbreekt aan handvaten in de onderliggende regelgeving voor een goede beheersing van de risico’s voor dierenwelzijn of voor vereisten voor goed dierenwelzijn. Zo valt een groot deel van de risico’s onder kwalitatieve doelvoorschriften (open normen) en is er geen specifieke regelgeving voor een aantal veel gehouden diersoorten. Daarnaast is het vakgebied dierenwelzijn verder ontwikkeld sinds het schrijven en vaststellen van het wettelijk kader, waardoor het raamwerk niet meer passend is.

BuRO raadt aan om een draai te maken van negatief naar positief dierenwelzijn:

Een goed dierenwelzijn is namelijk meer dan alleen voldoen aan de basisvereisten zoals voldoende voeding, water en goede gezondheid, maar bestaat ook uit positieve ervaringen in het leven van het dier. Door het ontbreken van de benoeming van positieve ervaringen voor het dier in de wet- en regelgeving komen de basisvereisten voor goed dierenwelzijn niet volledig terug in de huidige wet- en regelgeving.

Demissionair minister van Landbouw Carola Schouten (CU) besluit in 2021 om de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) om advies te vragen. Deze raad, die in 1993 werd opgericht, bestaat uit wetenschappers, maar ook dierenartsen, dierenbeschermers, bestuurders van dierentuinen, landbouw- en natuurorganisaties, juristen en veehouders.

Schouten vraagt de RDA om een zienswijze op te stellen over de randvoorwaarden voor een veehouderij waarin het dier een positieve staat van welzijn ervaart. In het bijzonder vraagt zij de raad:

  • Wat moet worden verstaan onder de begrippen ‘dierwaardig’ en ‘positief welzijn’.
  • Welke behoeftes het dier heeft om positief welzijn te ervaren
  • Welke meetbare indicatoren er zijn om te bepalen of aan die behoeftes wordt voldaan.
  • Hoe de veehouderij in die behoeftes kan voorzien.

In 2021 nemen de Tweede en Eerste Kamer een amendement van Leonie Vestering (PvdD) aan, waarmee aan de Wet dieren wordt toegevoegd:

Onder een redelijk doel wordt in elk geval niet begrepen het kunnen houden van dieren in een bepaald houderijsysteem of een bepaalde wijze van huisvesting.

De minister stelt invoering van de wetswijziging uit. Uit e-mailwisselingen en memo’s die later openbaar zullen worden, blijkt dat op het ministerie van Landbouw vooral wordt gezocht naar manieren om het amendement-Vestering ongedaan te maken. Eén ambtenaar merkt op:

Veel houderijsystemen benadelen immers het welzijn en/of de gezondheid van dieren.

In 2023 verstrijkt de deadline om het amendement-Vestering in te voeren. Piet Adema (CU), inmiddels minister, stelt een Nota van wijziging voor, waarmee het doel van het amendement volgens hem op een ‘andere manier’ wordt gerealiseerd:

Het is houders van dieren die bedrijfsmatig worden gehouden met het oog op de productie van dierlijke producten verboden om die dieren permanent de mogelijkheid te onthouden te voorzien in de voor de desbetreffende diersoort of diercategorie bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gedragsbehoeften.

De algemene maatregel van bestuur (AMvB) — lagere wetgeving die de Tweede Kamer niet kan amenderen — zou worden ingevuld aan de hand van de uitkomsten van het Convenant dierwaardige veehouderij, waar sinds 2021 acht landbouw- en veehouderijorganisaties, de vlees- en zuivelverwerkende industrie, fabrikanten van levensmiddelen, supermarkten en de Dierenbescherming over onderhandelen. Er is dan nog geen zicht op een akkoord.

De Tweede Kamer vindt de Nota van wijziging van minister Adema onvoldoende. Een meerderheid van partijen steunt een amendement van Tjeerd de Groot (D66) en Thom van Campen (VVD), waarmee het amendement-Vestering in de wet wordt vervangen door de zes leidende principes voor een dierwaardige veehouderij, zoals die drie jaar eerder door de RDA zijn geformuleerd.

De uitwerking van wet- naar regelgeving, voor de inrichting van toekomstige houderijsystemen, vertrouwt de Kamer de minister wél toe. Een verstrekkender amendement van Esther Ouwehand (PvdD), dat de gedragsbehoeften van dieren aan de wet toevoegt, krijgt geen meerderheid.

De Groot en Van Campen geven de minister twee deadlines mee. Binnen een jaar willen zij een AMvB met nieuwe regels voor houderijsystemen. Uiterlijk in 2040 moet alle veehouderij in Nederland dierwaardig zijn.

Amendement-De Groot/Van Campen
Lees het amendement
BuRO Advies risicobeoordeling roodvlees- en grofwildketen
Lees het advies

Bureau Risicobeoordeling & onderzoek publiceert een advies over de roodvlees- en grofwildketen, waarin het concludeert:

Het huidige systeem van het houden van dieren en de productie van vlees(producten) is onlosmakelijk verbonden met risico’s voor dierenwelzijn.

De interne waakhond van de NVWA beoordeelt de risico’s voor zeugen, vleesvarkens en vleeskalveren als groot. Het rapport noemt onder meer inadequate huisvesting, langdurige fixatie van moedervarkens, ontoereikende voeding, het op jonge leeftijd scheiden van dieren van hun moeder, en het bijeenbrengen van kalveren van verschillende herkomsten:

Sommige ernstige aantastingen van het dierenwelzijn komen momenteel frequent voor bij miljoenen dieren binnen de roodvlees- en grofwildketen, zelfs wanneer volledig wordt voldaan aan de wet- en regelgeving betreffende dierenwelzijn. De grotendeels uit open normen bestaande wet- en regelgeving biedt hiervoor de ruimte.

Een jaar na haar aantreden stuurt minister Femke Wiersma (BBB) een ontwerp-AMvB dierwaardige veehouderij naar de Tweede Kamer. Volgens haar is bij het beschrijven van de gedragsbehoeften en het opstellen van de bijbehorende regels gebleken ‘dat op dit moment voor sommige onderdelen (wetenschappelijke) kennis ontbreekt.’

Waar de wetenschap volgens Wiersma geen volledige zekerheid biedt — hoe lang horen kalveren bij de koe te zogen? hebben varkens wel een natuurlijke behoefte om buiten te komen? — stelt de minister voor om géén nieuwe regels te maken.

Ook onderwerpt zij de voortgang naar een dierwaardige veehouderij aan de ‘potentiële effecten’ op ‘natuur, milieu, lucht, water en bodem.’ En aan de financiële gevolgen voor veehouders. De minister voegt ‘een goed verdienmodel’ toe als ‘belangrijke randvoorwaarde.’

In zoverre Wiersma wél nieuwe regels voorstelt, zijn dat deels ‘doelvoorschriften,’ zoals een ’toereikende hoeveelheid omgevingsverrijking’ voor kippen. Wat ’toereikend’ is, blijft ongewis. Zo creëert haar ontwerp-AMvB nieuwe open normen, die volgens Bureau Risicobeoordeling & onderzoek van de NVWA juist ‘ernstige aantastingen’ van het welzijn van ‘miljoenen dieren’ per jaar in de hand werken.

Ontwerp-AMvB dierwaardige veehouderij
Lees de ontwerp-AMvB

Esther Ouwehand (PvdD) dient haar eigen wetsvoorstel in om een einde te maken aan het structurele lijden van dieren in de intensieve veehouderij. De ontwerp-AMvB van Wiersma stelt volgens de Partij voor de Dieren slechts ‘beperkte dierenwelzijnsverbeteringen’ voor ‘binnen het huidige systeem.’ Terwijl het amendement-De Groot/Van Campen een systeemverandering in gang had moeten zetten. Kalveren zouden nog steeds niet opgroeien bij hun moeder in een kudde die varieert in leeftijd. Kippen en varkens zouden nog steeds niet buiten kunnen scharrelen en wroeten.

De wet-Ouwehand legt die gedragsbehoeften wél vast. Ook voor dieren die in de AMvB van Wiersma ontbreken: eenden, geiten, konijnen, schapen en runderen die niet voor hun melk, maar voor hun vlees worden gehouden.

Vanaf 1 juli 2026 zou het verboden worden om stallen te bouwen waarin dieren hun natuurlijk gedrag niet kunnen vertonen. Vanaf 1 januari 2030 zouden alle pijnlijke lichamelijke ingrepen worden verboden, zoals het afbranden van biggenstaarten, het afsnijden van de snavels van kalkoenen en kippen, en het onthoornen van kalveren. Vóór 1 januari 2040 moeten de laatste veehouders op dierwaardige houderijsystemen zijn overgestapt.

Voorstel van wet van het lid Ouwehand tot wijziging van de Wet dieren en de Wet op de economische delicten in verband met de afschaffing van de bio-industrie
Lees het wetsvoorstel