Publieke opinie over kippen

Kip

80 procent van de Nederlanders wil een veehouderij waarin dieren hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen.1 78–80 procent verbiedt het liefst methoden die de productie per dier verhogen, zoals het fokken van snelgroeiende kuikens (‘plofkippen’).2 74 procent vindt dat dieren iedere dag naar buiten moeten kunnen.1 69–70 procent steunt een verbod op kooihuisvesting, 68 procent een verbod op megastallen.2 62 procent ziet geen toekomst voor intensieve veehouderij in Nederland.3

Boeren moeten ervoor zorgen dat dieren altijd onbeperkt water kunnen drinken.4

94% eens

Kippen moeten in een stal meer leefruimte krijgen dan een A4’tje per kip.4

89% eens

Extreme groei van vleeskuikens moeten verboden worden.2

78% eens

Dieren in de veehouderij mogen niet in kooien worden gehouden.2

69% eens

Als wij varkens, koeien en kippen niet de mogelijkheden kunnen geven om hun natuurlijk gedrag uit te voeren, dan moeten we die soorten niet als productiedier willen houden.5

47% eens

Je mag een (ouder) productiedier ook doden als het economisch niet meer nuttig is om het in leven te houden.5

44% eens

Ik kan aanvaarden dat varkens, kippen en koeien onvoldoende ruimte en afleiding krijgen zolang het geen negatieve gevolgen heeft voor hun lichamelijke gezondheid.5

20% eens

Het moet mogelijk blijven om plofkippen te kunnen fokken.4

11% eens

Bronvermelding
  1. Dierenkieswijzer 2025. Onderzoek van Kieskompas voor de Dierenbescherming en Dierencoalitie (september 2025).
  2. Dierenkieswijzer 2023. Onderzoek van Kieskompas voor de Dierenbescherming en Dierencoalitie (november 2023).
  3. Beleidsvoorstellen voor de eiwittransitie. Onderzoek van Kieskompas voor ProVeg Nederland, Dierencoalitie, Dier&Recht, Wakker Dier en World Animal Protection (september 2023).
  4. Nederland wil een dierwaardige veehouderij. Onderzoek van Kieskompas voor Varkens in Nood, Vier Voeters en Wakker Dier (februari 2024).
  5. Staat van het Dier 2024. Beschouwingen en opinies over de verschuivende relatie tussen mens en dier in Nederland door de Raad voor Dierenaangelegenheden (juni 2024).