


Deze regels zijn gericht op het uiterlijk in 2040 bewerkstelligen van een dierwaardige wijze van het houden van dieren…
— Amendement De Groot/Van Campen
In 2024 besloot de Tweede Kamer om binnen 16 jaar een dierwaardige veehouderij in Nederland te realiseren.
De politiek deed toen een beroep op de stand der wetenschap. Drie jaar eerder had de Raad voor Dierenaangelegenheden de richting aangegeven in een Zienswijze Dierwaardige veehouderij. Vanuit een erkenning van de intrinsieke waarde van ieder dier zouden nieuwe veehouderijsystemen moeten voorzien in de soorteigen gedragsbehoeften van dieren. Deze website werkt die gedragsbehoeften nader uit.
Daarvoor baseren wij ons op Nederlands en Europees onderzoek naar het welzijn van dieren in de veehouderij.
Ook geven we voorbeelden van dierwaardige veehouderij in de praktijk. Want een dierwaardige veehouderij is niet alleen de toekomst; een dierwaardige veehouderij kan nú.
De in 2024 gewijzigde Wet dieren vraagt om een duidelijk eindbeeld van dierwaardigheid in 2040. Daar is minstens voor nodig:

Caring Farmers

Dierenbescherming

Dierencoalitie
Alle dieren moeten natuurlijk gedrag kunnen vertonen.
























Er is wetenschappelijk al veel bekend over waar een dierwaardige veehouderij in moet voorzien. We geven hier nu de soorteigen gedragsbehoeften van kippen, runderen, schapen en varkens, maar wet- en regelgeving is nodig om dierwaardigheid voor alle soorten te realiseren.

Lees ons rapport.
De gedragsbehoeften van kippen, runderen, schapen en varkens zijn gebundeld in deze publicatie van Caring Farmers, Caring Vets, de Dierenbescherming en organisaties van de Dierencoalitie.
Het rapport citeert tevens opiniepeilingen uit 2023, 2024 en 2025 naar de steun van Nederlanders voor een dierwaardige veehouderij.
Een dierwaardige veehouderij is niet alleen de toekomst; deze boeren laten zien hoe het nú kan.
Nederlanders willen een dierwaardige veehouderij.
80 procent van de Nederlanders wil een veehouderij waarin dieren hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen. 80 procent zou het liefst methoden verbieden die de productie per dier verhogen, zoals het fokken van kuikens die onnatuurlijk snel groeien en moedervarkens die heel veel biggen werpen. 74 procent vindt dat dieren iedere dag naar buiten moeten kunnen. 70 procent steunt een verbod op kooihuisvesting.